Historie in vogelvlucht

Groningen is ontstaan uit twee nederzettingen op de noordelijke uitlopers van de Hondsrug. De ene nederzetting was in de buurt van het Martinikerkhof/Grote Markt en zou later uitgroeien tot het bestuurlijk centrum van de stad. De andere ontstond aan het riviertje de A, in de omgeving van de Brugstraat. Dit zou het latere handelscentrum worden.

Oudste haven
De oudste haven lag tussen de huidige Vissersbrug en de Museumbrug, de pakhuizen aan het Hoge en Lage der A herinneren daar nog aan. De Brugstraat was de hoofdstraat van het handelscentrum.

In de dertiende eeuw trokken de Groningers al met hun schepen naar Engeland, Noord-Duitsland en het Oostzeegebied. De stad werd zelfs opgenomen in het Hanzeverbond. In de 14e en 15e eeuw raakte de buitenlandse handel in het slop, mede door de neergang van de Hanze. De stad zocht het dichter bij huis, en richtte zich op de ommelanden.

/Verhalen/Historie in vogelvlucht1.jpg

Hoendiep 1929, werf Botje Ensing & Co. Collectie RHC Groninger Archieven

Veenkoloniën
In dezelfde tijd startte men met het afgraven van de venen in de provincie. Voor de afwatering en het transport van de turf groef men kanalen en wijken. De turfschepen werden daar ter plekke gebouwd en zo ontstond er een veenkoloniale scheepvaart en scheepsbouw. Werf Wolthuis in Hoogezand is nog een werf met zijn 'roots' in die periode.

De turfgravers zorgden voor een perfecte infrastructuur. Bijna elke boerderij, elk woonhuis en ieder perceel land was per schip te bereiken. In die tijd was vervoer over water de belangrijkste vorm van transport. Deze goede infrastructuur lokte ook ondernemers die bedrijven langs het kanaal vestigden. Belangrijke plaatsen waren Veendam, Wildervank, Oude en Nieuwe Pekela en Hoogezand.

Met de groei van die dorpen en toename van het aantal bedrijven, nam de vraag naar laadruimte ook toe. In de 19e eeuw en 20e eeuw vonden honderden binnenvaartschepen hun thuishaven in de Groninger Veenkoloniën. In 1866 waren er in een plaats als Wildervank 115 binnenschepen geregistreerd, in Hoogezand-Sappemeer stonden 96 binnenschepen ingeschreven.

Zeevaart
In de loop van de 19e eeuw begon ook de zeevaart weer te groeien. Twee dingen droegen hieraan bij. Als eerste nam de vraag naar hout in de veenkoloniën toe. Die ontstond doordat langs de kanalen steeds meer huizen, bedrijven en boerderijen werden gebouwd. Een deel van het hout kwam uit de Drentse bossen, maar dat was lang niet genoeg. Men keek verder en keerde terug met hout uit Noorwegen.

Ten tweede zakte onder meer door de Belgische opstand in 1830 de Hollandse economie in. Dit werkte door op de turfhandel in de Veenkoloniën. Tientallen binnenvaartschippers lieten toen noodgedwongen hun schip registreren als buitenvaarder. Met relatief kleine schepen voer men onder andere op Engeland, Duitsland en Scandinavië.

Eigen zeevaartschool
Sommige schippers keerden na herstel van de markt weer terug op de binnenvaart, maar een groot aantal bleef de zeevaart trouw. Deze schippers lieten grotere schepen bouwen op Veenkoloniale werven. Vooral langs het Winschoterdiep, tussen Hoogezand en Groningen, kwam de scheepsbouw tot bloei.

Omstreeks 1860 had bijna de helft van alle Nederlandse zeeschepen hun thuishaven in de Groninger Veenkoloniën. In 1874 telde Nieuwe Pekela 156 kapiteins, Wildervank 140, Veendam 203, Hoogezand - Sappemeer 63 en Oude Pekela 132. Veendam bezat zelfs een eigen zeevaartschool.

Groninger coaster
De schepen die op de vele werven in de stad en provincie van stapel liepen, waren tot eind 19e eeuw van hout. Als de schepen 'op' waren, werden ze voor een groot deel gerecycled. Bij Garnwerd was een scheepssloperij, waar hout en onderdelen werden verkocht. Toen ijzeren schepen elders goed bleken te voldoen, stapte men in Groningen ook over op ijzerbouw.

Vanaf 1914 plaatste men de eerste motoren, en ontstonden de zeilschepen met hulpmotor. De motoren werden sterker, het zeil werd kleiner. Men sprak toen van motorschepen met een hulpzeil. Vanaf begin dertiger jaren verdwenen de zeilen, toen motoren ook volgens de verzekeraars echt betrouwbaar waren.

/Verhalen/Historie in vogelvlucht2.jpg

Scheepswerf Blaak ca. 1930. Origineel: J.A.Blaak Collectie RHC Groninger Archieven


De zeeschepen groeiden uit van circa 100 ton naar 300 ton. Scheepsbouwer Koster ontwierp een nieuw model, dat later bekend zou worden als de zogenaamde Groninger coaster. Die werden in de West-Europese wateren heel populair. Enkele bijnamen waren 'grey devil' of 'Groninger potje'.

Vaarwegen
Via het Reitdiep stond Groningen in open verbinding met de zee. De Noorderhaven was een getijdenhaven, je had de grote Spilsluizen ter hoogte van de Ossenmarkt en de kleine Spilsluizen bij de Vissersbrug. Het Reitdiep was een moeilijke en gevaarlijke vaarweg, zeker toen de schepen steeds groter werden. De stroom die door de getijden ontstond, verlegde de geulen en zorgde voor ondieptes. Ook stonden er op sommige punten palen net onder de waterlijn, die eerst gediend hadden voor het beschermen van de dijken tegen afslag. Men sloot het Reitdiep af in de buurt van Zoutkamp, waardoor eb en vloed verdwenen, en daarmee de ergste stroming.

Desondanks bleef het voor de grote schepen een lastige vaarweg. Het Damsterdiep werd voor de groeiende schepen ook te ondiep en te smal. Daarom groef men het Eemskanaal naar Delfzijl, dat in 1876 werd geopend. Groningen profiteerde hier niet echt van. Delfzijl ontwikkelde zich in snel tempo tot een voorhaven, wat ten koste ging van Groningen als havenstad. De grotere schepen namen meer lading mee naar Groningen.

Aan de Noorderhaven en de Aa werden aan de buitenkant van de diepen grote pakhuizen gebouwd. De Oosterhaven kreeg zijn huidige vorm en ook daar verschenen enorme pakhuizen. Tot in de jaren zestig meerden daar coasters af.

Nieuws

Steun WinterWelVaart met uw stem
12 april 2010
NieuwsfotoWinterWelVaart genomineerd voor Rabobank Stimuleringsfonds. Kans op 5 duizend euro
Lees meer

Voorbereidingen WinterWelVaart in volle gang
6 november 2009
NieuwsfotoGroninger Welvaart actief bij voorbereidingen WinterWelVaart 2009
Lees meer

Wilde plannen Oosterhoogebrug
22 september 2009
Leerlingen van het Zernike College hebben allerlei wilde plannen bedacht om Oosterhoogebrug mooier te maken.
Lees meer

Stadskanaal in het licht
1 juli 2009
Op 30 juni lieten ca. 40 scholieren hun plannen voor een ‘nachtbeeld’ van Stadskanaal aan burgemeester en wethouders zien.
Lees meer


Nieuwsarchief

© 2009 - Kortsluiting